Labels

dinsdag 21 augustus 2012

de auteur komt in me naar boven...

hier volgt het verhaal dat ik voor school moest schrijven, het moest gaan over een planeet met vreemde wezens, ik vond het limiet van 1.5 pagina's veel te kort. oh, had ik dat nu toevallig niet gehoord en kwam ik aan met 6 pagina's! haha, de 10/10 had ik dus blijkbaar wel verdiend! :)
(nu moet ik wel toegeven dat het een beetje lijkt op de hongerspelen van suzanne collins, ik was aan het schrijven toen mijn beste vriendin ineens de opmerking maakte dat het er erg op leek, enige overeenkomsten zijn dus puur toeval.)


Metalecta

De laatste speer, als ik hem goed gooi win ik de strijd maar ik weet niet wat er dan gebeurd met Luke. Ik had nooit gedacht hier over te moeten twijfelen, 1 goede worp en mijn familie krijgt een beter leven. Het rumoer van het duel verdwijnt om me heen, ik hoor Luke mijn naam roepen, en toen werd alles zwart.



Het is een sombere dag in juli als ik wakker word. We wonen aan de rand van een prachtig dal waardoor een tamelijk grote rivier stroomt. Op dagen zoals deze ga ik er stiekem jagen op visjes en watervogels. We eten ze niet zo op. Van het voedsel worden pillen gemaakt die we tussendoor snel inslikken. Om te eten is er geen tijd, we sporten alle dagen. Voor mijn vader en mijn jonger broertje, Finn, wakker worden trek ik mijn kleren aan en neem mijn speer mee. Het wapen is een restant van de oorlog die ons land heeft uitgeput. De meeste mensen komen om van honger maar ons gezin overleeft door wat ik vang. Mijn vader verloor een arm toen een bom insloeg maar we mogen blij zijn dat hij het heeft overleefd. De vaders van meisjes uit mijn klas zijn bijna allemaal omgekomen bij die aanslag. Mijn moeder is gestorven na de geboorte van Finn. Dat is nu 8 jaar geleden maar we missen haar nog elke dag. Ik sluip het huis uit en loop door het struikgewas de helling van het dal af. Als ik de rivier nader heb ik al snel mijn eerste prooi gezien. Mijn speer is oud maar vlijmscherp en doorboort zo de jonge gans die aan de oever rondwaggelde. Ik raak hem net onder zijn vleugel. Hij is een goede start. Wat later vang ik nog 4 vissen en 2 watervogels. Onderweg naar huis pluk ik wat wilde aardbeien en bramen. ‘Tess! Daar ben je!’, roept mijn vader als ik thuiskom. ‘Je moet niet zo wegsluipen, ik was doodongerust.’ Ik zeg tegen hem, ‘Rustig maar papa, ik ben maar even weggeweest.’ Mijn naam is dus Tess, ik ben 16, heb lang blond haar en mijn vader is overbezorgd. Ik lijk heel erg op mijn moeder en hij wil mij niet ook nog verliezen. Ik laat hem mijn vangst zien en hij knikt goedkeurend, ik zal het schoonmaken zodat hij er pillen van kan maken. Nadat de vogels zijn geplukt vertrek ik naar het dorp, alle anderen zijn al aan het trainen voor het duel. Het duel is een jaarlijks evenement tussen 2 planeten. Onze planeet staat bekend om zijn hoog zuurstofgehalte en de uitzonderlijke sport talenten. Elke deelnemer moet 1 discipline kiezen, ik kwam nooit aan bod omdat ik te jong was maar vanaf 16 jaar ben je verplicht je kandidaat te stellen en nu ga ik voor het speerwerpen. Bij ons is speerwerpen niet zomaar om ter verst gooien maar zoals bij boogschieten moeten we doelen raken. Toen ik het voorstelde aan de trainer werd ik uitgelachen maar eens hij zag hoe ik een duif in volle vlucht trof wilde hij me in de beste groep, deze jongeren doen altijd mee. Ik ben de enige speerwerper dus word ik waarschijnlijk afgeslacht in de strijd met de speerwerper van de andere planeet. Degene die verliest in het duel van zijn of haar discipline mag nooit meer terugkeren naar de thuisplaneet. De opdrachten zijn elk jaar anders. Vorig jaar moesten de marathonlopers een tocht lopen door het regenwoud maar het jaar daarvoor door de woestijn. Daarbij werden ze achternagezeten door woeste gorilla’s of luipaarden. Vorig jaar bestonden de doelwitten van de speerwerpers uit machinale voorwerpen die zich door het terrein bewogen. De beste speler krijgt roem en rijkdom maar degene die verliest… Niemand weet wat er met hen gebeurd. Mijn vriendin Abby is al aan het hardlopen, ze zit ook in de beste groep en heeft echt talent. Haar echte naam is Abigail maar omdat ik het vroeger niet kon uitspreken werd het al snel Abby. Als ze mij ziet stopt ze meteen en komt ze vrolijk op me af, ’65 km/uur! Is dat niet geweldig!’ ‘Abby, dat is fantastisch!’, zeg ik tegen haar. We lopen samen naar de baan waar ik kan oefenen. Hij ligt er verlaten bij. Natuurlijk, ik ben de enige. Ik gooi snel wat speren en raak de poppen allemaal precies op de rode stip die hun hart voorstelt. ‘Ben je er klaar voor?’, vraagt ze. ‘Ik moet wel’, zeg ik, ‘ik ben de enige speerwerper.’ ‘En ook de beste! Je hebt echt talent Tess, geloof me.’, zegt Abby. Ze kijkt op haar horloge en zegt: ‘De bekendmaking van de spelers en opdrachten is morgen dus zou ik maar snel naar huis gaan en wat proberen te slapen als ik jou was, ik ga nog snel een rondje lopen en dan ga ik ook naar huis.’ Dus dat doe ik, ik geef haar een knuffel en loop naar huis. Mijn vader en Finn slapen al als ik aankom. Ik kruip in mijn bed maar merk al snel dat ik niet kan slapen. Ik denk aan de spelers van de andere planeet, mijn tegenstander. Ik denk aan mijn vader en Finn, als ik verlies zijn ze ten dode opgeschreven. Er is niemand die voor hen kan zorgen. Ik moet winnen. Met die gedachte val ik uiteindelijk in slaap.



De volgende morgen word ik gewekt door mijn vader: ‘Opstaan Tess, je moet naar het dorp voor de bekendmaking. Ik heb kleren voor je klaargelegd.’ Als ik gewassen ben en ik mijn haar in een dot heb gedaan zie ik welke kleren hij heeft klaargelegd. Het is een prachtige lichtroze jurk van mama. Ze droeg hem maar af en toe, hij was voor speciale gelegenheden. Ik trek de jurk voorzichtig aan en maak van het lint een mooie strik om mijn middel. Als ik zie hoe laat het is geef ik mijn vader en Finn een kus en haast ik me naar het dorp. Op het plein staan alle jongens en meisjes tussen de 16 en 25 jaar die de afgelopen maanden hebben getraind. De leider van onze planeet stapt naar voren en maakt de spelers bekend. Mabel voor zwemmen, Blake loopt de marathon, Jonas doet mee met horde en Abby voor hardlopen. Er wordt gezegd dat ze loten wie er meedoet maar volgens mij kiezen ze gewoon de besten. De andere spelers worden afgeroepen en dan luister ik aandachtig naar mijn opdracht. Onze leider begint met praten: ‘Ik weet dat jullie wachten op de proef, maar er zijn enkele veranderingen aangebracht. De spelers worden eerst getraind en krijgen dan een opdracht voorgeschoteld. De komende week zullen alle spelers op hun discipline trainen en indien mogelijk hun vaardigheden verbeteren. Hun tegenstanders van de planeet Hurrica zijn onderweg. Ze zullen samen met onze spelers trainen.’ Enkele minuten later land het ruimtevliegtuig van onze tegenstanders. Als ze uitstappen zie ik een meisje met vuurrood haar, een tweeling, een meisje met bruine krullen en een jongen met blond haar. Hij lijkt niet veel ouder als ik, zo’n 18 jaar schat ik. Als alle spelers zijn uitgestapt stelt onze leider hen aan ons voor. Het meisje met het rode haar blijkt Kaitlin te heten en de tweeling noemen Jack en Jaden. Nu bekijk ik het meisje met de bruine krullen beter en ze lijkt me heel aardig, ze heet Jasmine. Dan wordt de blonde jongen voorgesteld, hij heet Luke en is 17 jaar. Hij leek me net iets ouder. Als de ceremonie is afgelopen worden we naar het trainingscentrum gebracht. Voor elke discipline is er een kamer. Ik slaap dus op dezelfde kamer als mijn tegenstander. Ik hoop op Jasmine. Als ik de kamer binnenga zit de jongen met het blonde haar op een bed. Als hij ziet dat ik binnenkom staat hij op en zegt: ‘Hoi, ik ben Luke. Maar dat wist je vast al.’ Ik weet niet wat zeggen. ‘Ja, inderdaad.’, zeg ik te snel. Hij kijkt me vreemd aan. ‘Sorry, ik ben Tess, aangenaam.’, antwoord ik. We praten wat over onze planeten en blijkbaar eten zij echt voedsel. Ik vind het even raar want wij eten niets anders dan onze voedingspillen. Dan zegt hij: ‘Ik heb gehoord dat je een uitzonderlijk talent hebt. Zo uitzonderlijk dat ze zelfs op jouw planeet versteld staan. Wie heeft het je geleerd?’ Ik ben even verbaasd over het feit dat mensen versteld staan van mijn talent. Maar dan zeg ik: ‘Niemand, ik heb het mezelf geleerd. Mijn speer vond ik tussen de brokstukken van een ingestort huis na de oorlog. Ik begon ermee te oefenen en ik bleek talent te hebben. Nu vang ik vissen en watervogels. Mijn trainer heb ik overtuigd door een vliegende duif neer te halen.’ Luke kijkt me bewonderend aan maar ik vind het nogal dom, hij is vast veel beter. Luke zit in het leger van zijn planeet en dood dus mensen in oorlogen. Ik heb soms al moeite met een jonge eend. Ze kijken je zo zielig aan. Maar daarentegen kan ik kleinere voorwerpen of wezens neerhalen. Het is mijn precisie tegenover zijn koelbloedigheid.



Na enkele dagen training heb ik Luke beter leren kennen. We zijn altijd samen, tijdens de training, de vergaderingen en s’avonds zitten samen in het salon van onze kamer. Vanmorgen hebben we de brief gekregen met onze opdracht. Er stond: ‘De opdracht van de speerwerpers gaat als volgt: beide atleten worden in een woud achtergelaten. Ze zullen worden aangevallen door bloeddorstige gorilla’s, tijgers, leeuwen en andere gevaarlijke dieren. Het doel van de opdracht is het verzamelen van zoveel mogelijk gouden medaillons die in het woud verborgen liggen. Degene die na een periode van 3 dagen de meeste medaillons verzameld heeft wint het duel.’ Luke stond achter me en las over mijn schouder mee. Ik hield mijn adem in, hij schrok even en zei: ‘Dat is heel wat anders dan jagen op visjes zoals jij of onze families beschermen tegen vreemde volken zoals ik.’ Ik ben de kamer uit gerend en naar de tuin gegaan. Toen Luke me vond bij de rozenstruik zei hij niets maar hij kwam naast me zitten en sloeg zijn arm om me heen. Zo bleven we nog even zitten. Ik voel me veilig bij hem en daarom ben ik ook zo blij dat hij met me mee gaat naar dat woud. Maar langs de andere kant wil ik dat hij veilig hier blijft zodat hem niets overkomt. In die paar dagen ben ik erg gesteld op hem geraakt. Abby denkt dat hij een oogje op me heeft. Ze zegt dat hij bloost als ze hem iets vraagt over mij. Zo vroeg ze gisteren nog: ‘Wanneer vraag je haar eens mee uit?’ Ze is altijd al een flapuit geweest maar hij werd zo rood als een overrijpe aardbei. Het is rustdag vandaag. We hoeven niet te trainen en daarom zit ik met hem in de recreatieruimte. Hier zitten de meesten tv te kijken of ze spelen spelletjes. Wij zitten op een grote, zachte bank te praten over de andere spelers. Ik vertel hem over Abby, Mabel, Blake en Jonas. Ze zaten allemaal bij mij op school maar ik kende eigenlijk alleen Abby echt goed. Luke verteld me over de andere spelers zoals Kaitlin, Jasmine en de tweeling. ‘Kaitlin is wel mooi maar ze is erg vals en gemeen. Ik mag haar niet.’, zegt hij. ‘Jasmine is wel aardig, maar ik kan niet zo goed met haar overweg. Met meisjes in het algemeen niet. Maar jij bent zo anders.’ ‘Zijn ze je type niet?’, vraag ik. ‘Nee, ik val op meisjes met blond haar en gevoel voor humor.’, antwoord hij eerlijk. Ik bloos. Abby en Jasmine zitten op de bank een paar meter bij de onze vandaan en beginnen te giechelen. ‘Laten we naar buiten gaan.’, stelt Luke voor. Op dat moment klinkt er een stem door de speakers,: ‘De spelers worden verzocht zich klaar te maken voor het duel!’. We kijken elkaar geschrokken aan en ik spring recht. Er schiet maar 1 gedachte door mijn hoofd: Ik moet dit winnen.



Als ik ben omgekleed stormt Luke onze kamer binnen. In enkele minuten is hij omgekleed. Zijn warrige blonde haren liggen perfect en zijn blauwe ogen kijken me aan. Hij loopt op me af en zegt: ‘Er is geen tijd meer om te wachten op een goed moment.’ En hij kust me. Zijn lippen zijn warm en zacht en zijn handen omsluiten mijn gezicht. Ik wil hier nooit mee stoppen, beseffend dat we over enkele uren tegen elkaar zullen strijden in een duel waar ons leven van af hangt. Hij neemt mijn hand en samen gaan we naar de koepel waaruit we naar het woud zullen vertrekken.

De glazen koepel is donker en klein waardoor ik claustrofobisch word. Ze hebben Luke en mij uit elkaar gehaald en bewapend om tegen elkaar te vechten. Ik voel een elektrische schok door mijn lichaam trekken en dan sta ik plots alleen in een warm en vochtig woud. Het eerste wat in me opkomt zijn de medaillons. Ik begin te lopen en plots word mijn aandacht getrokken door een grote tijger. Hij kijkt me aan met een bloeddorstige blik en nog voor hij zijn poten kan verplaatsen raak ik hem met mijn speer in zijn keel. Pas dan zie ik wat er rond zijn nek hangt. Mijn eerste medaillon ligt in het bloed van een tijger. Ik ruk het van zijn halsband en stop het in het voorziene doosje in mijn rugzak. Voor ik verder ga snij ik mijn speer los. Onderweg naar de vallei van het woud vraag ik me af waar Luke is. We zijn nu ongeveer 2 uur in het woud en de onzekerheid over zijn veiligheid is een grotere kwelling dan de angst om elk moment te kunnen worden aangevallen door wilde dieren. Al snel begint het te schemeren en ik moet een slaapplaats zoeken.

Uit angst om vannacht aangevallen te worden klim ik op een rots die enkele meters hoog is. Ik rol mezelf in een hoopje bladeren en val in slaap.



Ik word wakker na een veel te korte nacht. Langer kan ik niet slapen. Ik moet op zoek naar medaillons maar vooral naar Luke. Het is een rustige dag en ik haal enkele watervogels neer om te eten. Ik ontdek dat er een medaillon rond de hals van elk gedood dier verschijnt. Maar watervogels betekenen water. En ik loop naar beneden, na een half uurtje rennen bereik ik de rivier. Ik besluit wat visjes te vangen en ze te roken om te bewaren voor later. Nog steeds geen teken van Luke. De dag kruipt voorbij en ik besef dat er morgen veel zal moeten gebeuren om te winnen.

Ik heb weer geslapen op een rots maar deze keer vlak bij de rivier. Ik word wakker van de hitte, ze is verschroeiend en dan heb ik door wat er aan de hand is. Een grote bosbrand nadert me. Ik grijp mijn rugzak en loop ervandaan. Ik loop en loop tot ik op een grote vlakte sta. Het vuur stopt abrupt en in plaats daarvan hoor ik ineens een leeuw brullen. Uit die richting komt hij aanrennen. Luke loopt recht op me af en omhelst me snel. ‘Ze drijven ons naar elkaar toe, hier stopt het duel met een gevecht.’, zegt hij. Van alle kanten komen woeste dieren aanlopen. Met ogen zo rood als vuur en scherpe tanden en klauwen. Wij zijn enkel bewapend met een speer. Een ongelijke strijd. De ultieme test. Met onze rug naar elkaar aanschouwen we de dieren, ze lopen traag op ons af. ‘Op drie vallen we aan, 1, 2, 3!’, roept Luke en hij loopt op een luipaard af. Ik schiet vooruit en dood 3 hyena’s. Ik trek de medaillons van de dieren hun hals en zie dat Luke er ook enkele te pakken heeft. Plots valt er een grote leeuw dood naast me neer, hij heeft een zilveren speer in zijn hals. Het is die van Luke. Een wilde hond valt hem aan en bijt in zijn arm. De wonde is niet zo erg maar ik maak het dier af. Als ik nog 1 dier dood win ik het duel. Luke is gewond aan zijn werparm en zal niet meer kunnen vechten. Er komt een leeuwin op me af. De laatste speer, als ik hem goed gooi win ik de strijd maar ik weet niet wat er dan gebeurd met Luke. Ik had nooit gedacht hier over te moeten twijfelen, 1 goede worp en mijn familie krijgt een beter leven. Het rumoer van het duel verdwijnt om me heen en er snijd een hevige pijn door mijn hals, ik hoor Luke mijn naam roepen, en toen werd alles zwart.



Ik werd aangevallen door een tijger. Hij kwam uit het niets. Hij scheurde mijn keel open en dode me. Luke wordt automatisch aangewezen als winnaar. Hij zal een goed leven leiden dankzij mijn dood. Hij heeft geprobeerd me te redden, uit liefde. De liefde die wederzijds was want ik hou echt van hem. Ik zie het licht aan het einde van deze donkere tunnel en ik loop voorgoed van mijn leven en Luke weg.

einde!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Bedankt voor alle lieve reacties x